Engelse lessen bij kinderen met TOS

Alle basisscholen in Nederland zijn verplicht om Engelse lessen aan te bieden vanaf Groep 7. Dat geldt ook voor cluster-2 scholen: scholen voor kinderen met (onder andere) een taalontwikkelingsstoornis (TOS). Kinderen met TOS hebben vaak moeite met allerlei aspecten van taal, zoals de woordenschat, zinsbouw en uitspraak.

Er is nog altijd een gebrek aan specialistische lesmethodes Engels voor deze doelgroep. Daarom gebruiken cluster-2 scholen vaak reguliere lesmethoden Engels. Deze methodes zijn vaak gebaseerd op het zogenoemde onderdompelingsprincipe: kinderen leren de Engelse taal impliciet, dus zonder uitleg van regels, en het Nederlands wordt tijdens de les zo veel mogelijk vermeden.

Voor kinderen met een TOS werkt deze aanpak minder goed. Zij hebben vaak namelijk juist moeite met het impliciet leren van taalregels en leggen verbanden tussen de talen die ze kennen minder snel. Onderzoek laat dan ook zien dat kinderen met TOS met de reguliere methodes niet of nauwelijks vooruitgang boeken.

CodeTaal

Om die redenen is CodeTaal ontwikkeld. CodeTaal is een lesmethodiek waarin de grammatica van het Engels expliciet en metatalig uitgelegd wordt. Daarnaast is het Nederlands geen taboe meer in de Engelse les. In plaats daarvan zijn de CodeTaal-lessen meertalig: het Engels wordt voortdurend vergeleken met het Nederlands en eventuele andere talen die de kinderen thuis spreken. De meeste lessen beginnen met het zoeken van ‘broertjes’ (cognaten): woorden die in het Nederlands, het Engels en andere thuistalen op elkaar lijken. Ook worden de grammaticale structuren in deze talen met elkaar vergeleken.

Daarbij gebruiken de lessen taalsymbolen in verschillende vormen en kleuren. Er zijn vormpjes voor woordsoorten, maar ook voor uitgangen. Dit is geïllustreerd in het voorbeeld hieronder. Deze vormpjes worden geplakt op twee verschillende klittenbandstroken: een witte voor het Nederlands, en een zwarte voor het Engels. De stroken worden onder elkaar gelegd en vergeleken. Zo komen kinderen erachter hoe de zinsstructuren in het Nederlands en het Engels op elkaar lijken (maar ook dat er soms belangrijke verschillen zijn).

CodeTaal: ook goed voor het Nederlands?

De CodeTaallessen zijn dus expliciet, metatalig en meertalig. Die combinatie blijkt effectief: onderzoek laat zien dat kinderen met TOS meer vooruitgang boeken met deze aanpak dan in de reguliere Engelse lessen. Ook vinden ze het leuk dat hun thuistalen bij de lessen betrokken worden. Opvallend is dat de kinderen meer vooruitgaan in het Engels, terwijl de CodeTaallessen relatief veel tijd aan andere talen besteden. Met name het Nederlands krijgt veel aandacht: kinderen bouwen Nederlandse zinsstructuren om die met het Engels te vergelijken.

Het is daarom goed mogelijk dat CodeTaallessen niet alleen goed zijn voor het Engels. Sterker nog, eerder onderzoek liet al zien dat kinderen na deelname aan CodeTaal minder grammaticale fouten maakten bij het vertellen van Nederlandse verhaaltjes dan vóór de interventie. Kinderen gaan dus mogelijk vooruit in het Nederlands dankzij Engelse lessen! Die effecten van CodeTaal op de Engelse én Nederlandse grammatica van kinderen met TOS willen we in deze studie verder onderzoeken.

De kracht van meertaligheid

We onderzoeken ook of kinderen meer profiteren van CodeTaal wanneer ze in het dagelijks leven met meerdere talen in aanraking komen. Uit eerder onderzoek blijkt namelijk dat meertalige kinderen vaak beter zijn in het leren van vreemde talen. Daar zijn verschillende mogelijke verklaringen voor. Enerzijds kunnen meertalige ervaringen de ontwikkeling van cognitieve domeinen stimuleren, zoals metalinguïstisch bewustzijn. Dit bewustzijn – het vermogen om na te denken over en te reflecteren op taal – speelt ook een belangrijke rol bij het leren van andere talen. Anderzijds kunnen meertalige kinderen hun thuistalen benutten bij het leren van een nieuwe taal. Bij bepaalde grammaticale structuren kan er bijvoorbeeld meer overlap zijn tussen een thuistaal en het Engels dan tussen het Engels en het Nederlands.

Die effecten zouden ook een rol kunnen spelen bij kinderen met TOS. Eerder onderzoek laat niet zien dat meertalige kinderen met TOS bij de CodeTaallessen meer vooruitgaan in het Engels dan eentalige kinderen. Dit is echter nog nooit onderzocht voor het Nederlands, terwijl we ook in deze taal voortuitgang verwachten. Bovendien nemen we in dit onderzoek ook subtielere maten van meertaligheid mee. Meertalige kinderen verschillen namelijk in de mate waarin ze thuis aan andere talen dan het Nederlands worden blootgesteld. Bovendien horen ook ‘eentalige’ kinderen in Nederland buiten school veel talen om hun heen, waaronder het Engels. Door deze verschillen tussen en binnen groepen mee te nemen, hopen we beter te begrijpen hoe meertaligheid de taalontwikkeling van kinderen met TOS beïnvloedt.

Vragen?

Heeft u vragen of opmerkingen over het onderzoek, dan kunt u mailen naar kvm@uu.nl. Als u “Beter Engels” in het onderwerp zet, komt uw bericht het snelst bij de juiste onderzoeker terecht.